|
|
|
Het
gouden mijnverleden
|
 |
Reeds in 1876 kwam professor
G. Lambert tot de wetenschappelijk gefundeerde stelling dat er in het
Noorden van België steenkool moest te vinden zijn.
Zijn leerling en opvolger André Dumont bevestigde en
argumenteerde deze theorie opnieuw, doch de overheid reageerde niet op
zijn voorstellen om proefboringen uit te voeren.
Uiteindelijk kon A. Dumont
zelf, met enkele medewerkers, een exploitatiemaatschappij oprichten in
1898. In 1901 werd, aan de hand van een geslaagde boring, de theorie
bevestigd en werd een eerste steenkoolmonster uit de Kempense
ondergrond naar boven gehaald. Van dan af ging alles zeer vlug. Tal van
groepen voerden boringen uit en dienden concessieaanvragen in. De
eerste concessie werd pas in 1906
toegekend. Einde 1907 waren er reeds 9 concessies waarvan er
uiteindelijk 7 uitgebaat werden (Winterslag
in 1917, Beringen en Eisden
in 1922, Waterschei en Zwartberg
in 1924, Zolder in 1930 en Houthalen
in 1939).
|
|

|
De kolenproductie
in de Kempense Mijnen kende haar hoogtepunt na de tweede wereldoorlog en lag mee aan
de basis van de nieuwe economische
ontwikkelingen van België. In het begin van de jaren
vijftig werd de mijnwerker de Ereburger
van ons land genoemd.
In 1957 ontstond, ten gevolge
van een overaanbod van goedkope aardolie,
een ware steenkolencrisis en werden de mijnen verlieslatend. Zolder en
Houthalen fusioneerden in 1964.
Zwartberg werd begin 1966 gesloten. De vijf resterende
steenkolenmijnen, alle zwaar verlieslatend, gingen in 1967 op in de
N.V. Kempense Steenkolenmijnen die de exploitatie met staatssteun
verder zette.
De eerste oliecrisis
en de daarmee gepaard gaande onzekerheid in de energievoorziening
bracht mee dat de Kempense Steenkolenmijnen, die reeds tot sluiten
gedoemd waren, plots opnieuw belangrijk werden als energiebron en als
werkgever in crisistijd.
In het begin van de tachtiger jaren volgde een tweede oliecrisis
waardoor de kolenprijzen op de wereldmarkt naar een historisch
dieptepunt evolueerden. Toen stond het vast dat de Kempense Mijnen
definitief verlieslatend zouden blijven en in 1986 werd tot sluiting
beslist.
In Beringen werden de laatste kolen bovengehaald op 28 oktober 1989.
|
|
 |
De Mijnstreek ademt erfgoed. In As, Beringen, Genk, Heusden-Zolder, Houthalen-Helchteren en Maasmechelen zitten verrassende collecties, zijn er betoverende plekken, hoor je ontroerende en verrassende verhalen. Velen daarvan hebben met het mijnverleden te maken, maar ook met de volkscultuur, de dialecten, de verzamelingen van mensen. Lees meer...
|
|
 |
Filmpjes van de website "Liever Limburgs"
Mijnmuseum
Mijnwerkerwoning
Beringen Mijn
|
|
|
|